De Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd 1908 - 1945
Die Indonesische Jugendbewegung 1908 - 1945
- Art: Abschlussarbeit
- Autor: Roger Thomas
- Abgabedatum: Februar 1992
- Umfang: 61 Seiten
- Dateigröße: 486,0 KB
- Note: 1,0
- Institution / Hochschule: Universiteit van Amsterdam Niederlande
- ISBN (eBook): 978-3-8324-2680-4
-
ISBN (Paperback) :
978-3-8324-2680-4 P - ISBN (CD) :978-3-8324-2680-4 CD
- Sprache: Nierderländisch
- Prämierung:
- Arbeit zitieren: Thomas, Roger Februar 1992: De Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd 1908 - 1945, Hamburg: Diplomica Verlag
- Schlagworte: Geschichte, Indonesien, Nationalismus, Unabhängigkeitsbewegung, Sukarno
In den Warenkorb
38,00 €
Abschlussarbeit von Roger Thomas
Abstract:
Bij het lezen van de literatuur over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd viel de rol die de jongeren speelden mij op. De organisatiegraad van deze jongeren, in diverse groepen en eenheden dacht ik te kunnen herleiden tot de invloed die Japan tijdens de bezettingstijd op de jeugd had uitgeoefend. Deze constatering bleek maar op een deel van de waarheid te berusten. Zo kwam ik mij inlezend in het onderwerp, op het ontstaan van de Indonesische jeugdbeweging aan het begin van deze eeuw. De vraag die centraal zou staan voor mijn doctoraalscriptie was die naar de rol van de jongeren in het politieke leven in Indonesië. Daar deze formulering wellicht te ruim zou zijn heb ik haar bondiger gemaakt. De uiteindelijke vraag die centraal zal staan in deze scriptie is: ‘In hoeverre is de rol van de jongeren in de beginfase van de onafhankelijkheidsstrijd terug te voeren op de invloed van Japan tijdens de bezettingstijd.’.
Met de beginfase van de onafhankelijkheidsstrijd wordt de Bersiaptijd bedoeld. Voor het antwoord heb ik naast de gelezen literatuur ook archiefonderzoek gedaan. Mijn kennis over de beginperiode van de jeugdbeweging, de jaren 1908-1939 berust vooral op literatuur. In het RIOD-archief, de Indische Afdeling, heb ik mijn kennis over de Japanse bezettingstijd verdiept. Daarnaast heb ik voor deze periode onderzoek gedaan in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. Naast de haast ontelbare documenten, variërend van vlugschriften tot officiële documenten over de Japanse jeugdorganisaties, heb ik inzage gehad in diverse persoonlijke dagboeken. Deze ego-documenten gaven een zeer persoonlijk beeld van de hardheid van de strijd die na de onafhankelijkheidsverklaring is uitgebroken. Door het grote aantal documenten die ik in deze staatsarchieven onder ogen heb gehad was het niet mogelijk naam en toenaam in de noten te vermelden. Alleen de belangrijkste heb ik vermeld.Inhoudelijk is de scriptie hoofdstuksgewijze ingedeeld in drie onderdelen. In het eerste gedeelte, dat hoofdstuk I omvat, wordt de opkomst van de Nationalistische Beweging geschetst. Ook de islamitische groeperingen komen aan de orde, waarbij de door de nationalisten en islamieten opgezette jeugdverenigingen behandeld worden. Binnen het kader van de koloniale samenleving was nationalisme en hervormingsgezindheid aan zeer veel repressie onderhevig. Organisaties van nationalisten werden dan ook vaak verboden. Ook de jeugdgroeperingen moesten laveren tussen de idealen van hervorming en zelfbestuur van de Indonesiërs en de stringente maatregelen van de Indische regering. De keuze tussen samenwerking met de koloniale regering de z.g.coöperatieve politieke houding en een niet-coöperatieve politieke houding werd eind jaren’20 en begin jaren ‘30 problematisch. Economische crisis en opkomend fascisme in Europa speelden hierbij een belangrijke rol. Het proces van opkomend nationalisme werd abrupt verstoord door de Japanse verovering van de archipel in 1942. In hoofdstuk II wordt het proces beschreven waarin de Indonesische maatschappij en de politieke organisaties omgevormd werden volgens de Japanse maatstaven. De voorheen nationalistische en islamitische jeugdorganisaties werden veranderd in strak gestroomlijnde massabewegingen. Het ideaal van onafhankelijkheid raakte op de achtergrond, de bijdrage aan de Japanse oorlogsinspanning werd het nieuwe streven.Er vond een militarisering plaats van de jeugdorganisaties en de politieke partijen werden volgens het model van de corporatieve staat in nieuwe organisaties ondergebracht. Japan controleerde het politieke en economische leven, maar het was aangewezen op de steun van de nationalistische leiders. Deze laatsten koesterden een ander ideaal. Compromissen werden hierover gesloten. Nationalistische leiders bekleedden topfuncties in de grote jeugdorganisaties. Zij mobiliseerden de jongeren voor het Japanse ideaal, maar meer nog voor hun eigen nationalistisch ideaal. Deze dubbele houding zou hen na het einde van de Japanse bezetting door veel jongeren niet in dank worden afgenomen. Ondanks de sterke Japanse repressie ontstonden de ondergrondse, anti-Japanse groepen. Zij worden in hoofdstuk II beschreven. De jongeren die in deze illegale groepen actief waren, wilden zich niet compromitteren aan het Japanse bestuur. Het aantal jongeren dat ondergronds actief was bleef relatief klein. Hun rol verdient het beschreven te worden om het beeld te corrigeren dat de Indonesiërs alleen actief waren in de door Japan opgezette massa-organisaties.
Met de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 ontstond een tweede breukvlak in de geschiedenis van de Indonesische jeugdbeweging. Het eerste was ontstaan na de Japanse verovering. De jongeren uit de door Japanners in der haast opgeheven Japanse jeugdorganisaties hielden congressen. Zij bespraken de toekomst van de jeugdorganisaties en de jeugdbeweging in een onafhankelijk Indonesië.
In hoofdstuk III komt naast de poging van de jongeren om hun houding in dit nieuwe politieke klimaat te bepalen, ook de toename van de spanning in de Indonesische samenleving aan de orde. Nederlanders, Indische-Nederlanders, Chinezen en ook de Japanners werden hiervan het slachtoffer. De rol van de jongeren is in deze periode zeer bepalend geweest. Het zou dan ook de laatste keer zijn dan zij zoveel invloed hadden. Tot slot wordt in paragraaf 17 en 18 de strijd tegen de geallieerden, de Britten die tot taak hadden Indonesië onder geallieerd gezag te plaatsen, beschreven.
Table of Contents:
| Inleiding | 1 | |
| I. | Het ontstaan van de eerste jeugdorganisaties, de jaren 1910-1930 | 3 |
| 1. | De nationalisten en de islamitische groeperingen | 3 |
| 2. | De politieke organisaties in de jaren ‘30 | 5 |
| 3. | De eerste jeugdverenigingen en de jaren ‘20 | 7 |
| 4. | Organisaties van universiteitsstudenten en de eerste grote jeugdcongressen | 9 |
| II. | De Japanse bezettingstijd en de jeugdbeweging | 10 |
| 5. | De Japanse verovering en de instelling van militaire besturen | 10 |
| 6. | Generaal Imamoera en het Japanse militaire bestuur | 11 |
| 7. | De 3 A Beweging | 11 |
| 8. | Soekarno en de voorbereidingen voor een nieuwe massabeweging | 13 |
| 9. | De Poetera | 14 |
| 10. | De mobilisatie van de jongeren en de Seinendan | 16 |
| 11. | De militaire vrijwilligerscorpsen Peta, Heiho en Keibödan | 16 |
| 12. | De anti-Japanse ondergrondse groepen | 17 |
| 13. | De Djawa Hökökai en de Barisan Pelopor | 19 |
| 14. | De jeugdorganisaties in het laatste oorlogsjaar | 20 |
| III. | De Japanse capitulatie en de jeugdcongressen in 1945 | 21 |
| 15. | Het Villa Isola Congres en de Angkatan Moeda | 21 |
| 16. | De onafhankelijkheidsverklaring en het jeugdcongres in Jogjakarta | 22 |
| 17. | De poging tot machtsovername van de Republiek tijdens de Bersiaptijd | 23 |
| 18. | De strijd in Bandoeng en Soerabaja | 26 |
| Conclusie | 31 | |
| Geraadpleegde literatuur | 33 | |
| Geraadpleegde Archieven | 33 |
In den Warenkorb
38,00 €
Link zur Arbeit:
http://www.diplom.de/ean/9783832426804
Arbeit zitieren:
Thomas, Roger Februar 1992: De Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd 1908 - 1945, Hamburg: Diplomica Verlag
Schlagworte:
Geschichte, Indonesien, Nationalismus, Unabhängigkeitsbewegung, Sukarno



